LESKAART 3
STANDBEELDEN
Luister naar fragmenten. Bespreek de emoties waarover ze praten.
Zet 5 leerlingen voor de groep met de rug naar de klas. Op teken van de docent draaien ze zich om en maken een standbeeld van een emotie. Een beeld kan staan, zitten of liggen.
• boze beelden
• verdrietige beelden
• bange beelden
• blije beelden

STAP 1
Bespreek welk beeld het publiek het meest boze (verdrietige, bange of blije) beeld vindt. En laat vertellen waarom ze dit vinden. Je kunt de beelden ook van beetje boos naar heel boos laten zetten.
STAP 2
De beelden een voor een tot leven laten komen. Ze mogen een zin zeggen die bij de emotie past. Zeg niet: ik ben boos. Want dat zie je al. Dus bedenk een zin waarin je die boosheid legt. Bijv. ik mag niet meer op de socials. Of: ik moet voor straf nablijven. Of: Ze trok keihard aan mijn haar. Als er weinig uitkomt kun je ook alle beelden dezelfde zin meegeven. Bijv: geef de hagelslag eens aan. Elke zin kun je een emotionele lading meegeven.
BESPREEK
Wat hoor je aan iemands stem? Hoe klinkt een boze stem, een verlegen stem, enzovoort?